Op een woensdagmiddag loop ik Lola Luid uit, om aan de achterkant van het gebouw de opvang binnen te lopen. De eerste stap in het maken van een getekende reportage is informatie verzamelen op de locatie zelf. Vandaag wil ik daarom wat schetsen maken van de eetzaal en de keuken. Dat klinkt makkelijker en normaler dan het is. De ingang van de opvang wordt namelijk altijd bemand door een bewaker. Als je geen afspraak hebt, kom je hier niet zomaar binnen.

In de eetzaal neem ik plaats aan een lege tafel. Ik leg mijn schetsboek neer en kijk om me heen. Om een beeldverhaal te kunnen maken, is het belangrijk dat ik alle details in me opneem. Wat zie ik? Wat hoor ik? Wat ruik ik? Het is belangrijk dat ik me bewust ben van al mijn zintuigen, want die waarnemingen kunnen veel over een locatie zeggen. Op de ramen zijn bijvoorbeeld schilderingen gemaakt van kleurrijke natuurbeelden. Het fleurt de ruimte aanzienlijk op, maar beschermt ook tegen nieuwsgierige blikken van buitenaf. Ik schrijf alle waarnemingen vluchtig op om te voorkomen dat ik ze vergeet.

Op dat moment krijgt een klein groepje Eritrese jongeren taalles. Het is een perfect tafereel om te tekenen omdat er interactie is en er een verhaal in zit: Nederlandse vrouwen leren Eritrese jongeren de Nederlandse taal. Wat me opvalt is dat er veel wordt gelachen. De sfeer is luchtig en gezellig. Maar ook zijn ze zo geconcentreerd dat ze niet eens doorhebben dat ik ze observeer en teken. Ik maak snel een schets van het groepje, voordat ze van houding veranderen. Tussen het schetsen door maak ik vluchtige aantekeningen van wat ik hoor.

De schetsen die ik maak zullen het uitgangspunt zijn voor de illustraties die ik later, in mijn atelier, uitwerk. Dan bepaal ik ook de uitsnede, de compositie en de kleuren. Eigenlijk wil ik ze vragen hoe ze heten en hoe het gaat, maar de vrouwen zitten middenin een uitleg over het woord ‘chagrijnig’. Ik besluit de taalles niet te storen en loop terug naar Lola Luid.

De schets die ik uiteindelijk maak is het uitgangspunt voor de tekening die ik later, in mijn atelier, uitwerk. Dan bepaal ik ook de uitsnede, de compositie en de kleuren. Ik wil ze vragen hoe ze heten en hoe het gaat, maar de vrouwen zijn druk bezig met de uitspraak van de ui, een typisch Nederlands klinker die in de meeste andere talen niet voorkomt. Ik besluit ze maar niet te storen en loop de eetzaal uit, terug naar Lola Luid.

Vertel dit verhaal aan anderen!
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Email this to someone
email
Pin on Pinterest
Pinterest